Nu de EU visserijregels herschrijft, vrezen kustvissers een ‘geprivatiseerde’ zee
Fotocredits: Louise Garin
Dit artikel is live op de EUObserver
Door Gwen Pennarun, Kleinschalige visser, Voorzitter van de Brittany Handliners Association en Low Impact Fishers of Europe
Voices from the Sea is een serie opiniestukken over het perspectief van kleinschalige vissers die betrokken zijn bij de Make Fishing Fair-campagne. Elke maand deelt een visser zijn ervaring met het werken op zee, de realiteit van de kleinschalige visserij in zijn land en wat er moet veranderen om een eerlijke en duurzame toekomst voor de visserij in Europa veilig te stellen.
Ik vis al bijna 40 jaar op zeebaars voor de kust van Bretagne. Het begon allemaal in 1986, toen ik op 23-jarige leeftijd mijn eerste boot kocht. Toen voorzag de zee nog in het levensonderhoud van hele gemeenschappen kleinschalige vissers.
Echter, de lokale vissers bevinden zich momenteel in een kritiek moment, aangezien er belangrijke wetgeving voor het Europese visserijbestuur wordt verwacht, waaronder het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVP) en de aanstaande Ocean Act.
Dit roept de vraag op: welke toekomst willen we voor onze zeeën, en voor degenen die erop vertrouwen voor hun levensonderhoud?
Ik beoefen een selectieve, weinig ingrijpende visserij die afhankelijk is van de seizoenen, het weer en respect voor het natuurlijke evenwicht. Dit beroep vereist geduld, kennis van ecosystemen en een verantwoordelijkheidsgevoel.
Toch hebben degenen die met de minste impact vissen in heel Europa vaak de grootste moeite om rond te komen.
Kleine vissers hebben al jarenlang te kampen met steeds grotere moeilijkheden: afnemende visbestanden, de gevolgen van klimaatverandering, toenemende vervuiling, complexe regelgeving en vooral de geleidelijke concentratie van visrechten in handen van de grootste industriële bedrijven.
Quotas – ecologische en sociale aberratie
De kern van het probleem ligt in de manier waarop visquota worden toegewezen.
Het huidige systeem is voornamelijk gebaseerd op ‘historische rechten’: hoe meer een visser in het verleden heeft gevist, hoe meer rechten hij vandaag de dag ontvangt. Met andere woorden, degenen die de middelen het meest hebben geëxploiteerd, blijven het leeuwendeel van de quota ontvangen.
Dit systeem bevoordeelt grootschalige operaties en bestraft kleine kustvaartuigen, ook al maken deze duurzamere methoden gebruik.
Dit systeem druist in tegen de geest van artikel 17 van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, waarin wordt bepaald dat de lidstaten bij de toewijzing van vismogelijkheden rekening moeten houden met ecologische, sociale en economische criteria.
Het resultaat is zorgwekkend: bepaalde sleutelsoorten, zoals tonijn en makreel, worden geleidelijk het exclusieve bezit van een klein aantal zeer machtige industriële spelers.
Visbestanden, die een gemeenschappelijk goed zouden moeten blijven, zijn bezig geprivatiseerd te worden.
Strijd om de toekomst van kustgebieden
In verschillende Europese kustregio's blijft kleinschalige visserij een economische, culturele en sociale pijler. Het onderhoudt havens, markten, scheepswerven en hele families. Het onderhoudt ook een directe band tussen consumenten en het lokale gebied.
Kustgemeenschappen zijn niet zomaar een ansichtkaart voor toeristen. Ze vormen het hart van lokale economieën, identiteit en het maritieme erfgoed van Europa.
Het was om deze visie te verdedigen dat de campagne Make Fishing Fair werd gelanceerd, waarin werd opgeroepen tot een eerlijkere verdeling van quota en oprechte erkenning voor vissers met een lage impact.
Ook dit jaar hebben kleinschalige vissers uit heel Europa tijdens de Europese Maritieme Dagen op Cyprus hun stem laten horen aan de Europese instellingen.
Ons verzoek is simpel: elke visser moet een fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen met zijn ambacht en de toegang tot visbestanden moet eerlijk worden verdeeld.
De toekomst hangt ook af van de volgende generatie die het stokje overneemt.
Vandaag de dag is het voor een jonge zeeman bijna onmogelijk om het beroep te betreden: de kosten van boten, toegang tot vergunningen en economische onzekerheid. Zonder een passend overheidsbeleid zal de geleidelijke achteruitgang van de kleinschalige visserij in Europa versnellen.
Kiezen van de consument telt
Maar consumenten hebben ook een rol te spelen.
Elke voedselkeuze ondersteunt een bepaald model. Vis kopen bij lokale kustgemeenschappen in plaats van gestandaardiseerde producten of producten uit intensieve viskwekerijen betekent een bepaalde visie op de zee steunen: een gedeelde hulpbron die collectief wordt beheerd, in plaats van een ruimte die wordt gemonopoliseerd door een paar particuliere belangen.
In essentie is het probleem zowel politiek als ecologisch: wil Europa een model steunen dat gebaseerd is op de concentratie van visserijrechten en de race om volume, of een model dat kustgemeenschappen bloeiend houdt en tegelijkertijd mariene ecosystemen behoudt?
Voor ons, kleinschalige Europese vissers, gaan de belangen veel verder dan ons economisch overleven. Ze raken de democratie, voedselsoevereiniteit en het collectief beheer van gemeenschappelijke hulpbronnen.
Want een duurzame zee mag nooit privébezit worden.
